De reden dat stoppen eruit slaan is overbelasting. Overbelasting ontstaat als:
Om de kortsluiting te verhelpen kijkt u welke apparaten op de probleemgroep zijn aangesloten. Om te bepalen waarom dit het geval is, moet u uitpluizen welke apparatuur op dezelfde stop aangesloten zit. Bij een gewone stop is bij overbelasting de koperen kern van de zekering kapot gesprongen. Bij een automatische stop, springt het rode lipje eruit. Om er achter te komen welke stop bij welke bedrading hoort moet u één voor één de groepschakelaars uitzetten. Ga nu na hoeveel Watt er op de stop aangesloten mag worden.
Over het algemeen slaat een stop door wanneer er teveel apparaten op een groep zijn aangesloten. Er is dan sprake van over belasting. Een andere oorzaak kan kortsluiting zijn. Dit kan kortsluiting in een elektrisch apparaat of in een elektriciteitsleiding zijn.
Zet om te beginnen het apparaat dat voor de stroomstoring heeft gezorgd uit. Doe vervolgens hetzelfde met de groepsschakelaar. Nu kunt u de stop losschroeven. Bij een kapotte stop vervangt u deze door een nieuwe met dezelfde sterkte. Aan te raden is om voldoende stoppen op voorraad te hebben. Draai nu de schroefkop weer in de kast en schakel de groepsschakelaar weer in. In nieuwe meterkasten is worden automatische schakelaars gebruikt. Hierbij is het slecht een kwestie van het knopje op de stop in te drukken of de schakelaar omzetten.
Meestal is dan de bliksem ergens in de buurt ingeslagen. Geen paniek, u kunt de aardlekschakelaar dan zonder problemen weer inschakelen. In sommige gevallen valt de aardlekschakelaar daarna onmiddellijk weer uit. In dat geval is er sprake van een andere oorzaak. De aardlekschakelaar zelf kan bijvoorbeeld door de blikseminslag defect zijn geraakt. Bel voor dit probleem met de specialisten van 0900 Elektricien.
Ja, dat kunt u prima zelf doen. Te beginnen met de spanning uitschakelen van de groep waaraan u gaat werken. Veiligheid gaat boven alles. Test altijd of de spanning er werkelijk af is! Aan te raden is om een 2-polige spanningstester hiervoor te gebruiken en geen spanningszoeker (in schroevendraaiervorm). Doe voor de test een controle of de tester goed werkt.
Hierna kunt u verder. De geel groene draad is de aardedraad. Deze draad dient indien er een aansluiting aanwezig is aangesloten te worden. In principe moet een armatuur (draagarm van de lamp) waar een aardeaansluiting aanzit altijd geaard worden, dus als de aardedraad ontbreekt moet deze er bijgetrokken worden.
Haak de fitting van de lamp aan het haakje van de lasdoos. Als het nodig is, strip dan het einde van draden af. Gebruik hiervoor een striptang. Steek vervolgens de draaduiteinden in de aansluitpunten van de fitting en draai de schroefjes vast. Schuif het armatuur over de fitting en draai de ring over de fitting, totdat het armatuur goed vast zit tegen het plafond.
Draai een gloeilamp in de fitting en schroef de bol over het armatuur en schakel de spanning weer in. U heeft nu de lamp aangesloten.
Een extra aansluiting kunt aanleggen vanaf één van de aanwezige aansluitingen in uw woning (bijv. in de woonkamer of meterkast). Eerst legt u de coaxkabel vanaf de aanwezige aansluiting naar de plaats waar u de extra aansluiting wilt hebben. Zorg dat de coax stekker nog niet aan e kabel vast zit. Dit maakt het gemakkelijker om de kabel via een klein gaatje in de muur naar een andere ruimte brengen.
Een kabel midden door een kamer is natuurlijk niet mooi. U kunt met deze reden de kabels wegwerken achter plinten of in kabelgoten. Zorg ervoor dat de coaxkabel de juiste lengte heeft. Teveel overtollige kabel verzwakt namelijk het signaal. Als de kabel op de juiste plek ligt, kunt u de coax-stekkers aan beide uiteinden bevestigen.
Dat doet u als volgt: Knip de kabel af op de gewenste lengte. Verwijder met een mesje voorzichtig ongeveer 15 mm van de buitenste isolatielaag. Duw nu het metalen omhulsel en de folie terug over de buitenste isolatielaag van de kabel. Verwijder nu ongeveer een centimeter van de isolatie om de koperen kern. Monteer de koperen kern en het metalen omhulsel in de stekkers. Bij een televisieaansluiting bevestigt u de stekker met het pennetje (mannetje) aan de kant van de aansluitdoos en stekker met het gaatje (vrouwtje) aan de kant van het televisietoestel.
U plugt de splitter vervolgens in de 'oude' aansluiting. Op de splitter zijn twee aansluitingen aanwezig: één gebruikt u voor de stekker van de extra aansluiting, de andere gebruikt u voor het TV-toestel dat eerst op de 'oude' aansluiting was ingeplugd.